De oude schuur - Christine Maack

Column: De oude schuur

Eindelijk zijn de vakanties voorbij. Ons volgende project is de renovatie van de oude schuur. De schuur is een donker hol, vol spinnen, muizen en vermoedelijk schorpioenen. Vroeger woonden hier schapen en een stinkende ram, waarvan de geuren nog altijd ergens zijn blijven hangen. Later stond hier een grote tractor die olie lekte. Nu staat er onze olietank voor de verwarming en ook die ruikt naar olie. Het dak bestaat uit dikke houten balken, grijze asbestplaten en daar bovenop oude dakpannen. De muren zijn van natuursteen, wat de schuur dan weer romantisch maakt.

Hoe dan ook, we willen van de oude schuur iets moois maken: een stenen vloer, een grote stenen open haard en een lange tafel. Een soort Kasteel de Haar, maar dan op zijn Provençaals. Daarvoor moeten we eerst licht in de aardedonkere ruimte brengen en dus moeten er drie grote ramen in de buitenmuur komen.

Ik ga braaf naar het gemeentehuis van ons kleine dorp. Je gelooft het nauwelijks, maar daar werkt zowaar een dame voor ‘urbanisme’, ruimtelijke ordening dus. Vermoedelijk ben ik haar eerste klant in twintig jaar. “Wat kan ik voor u doen?” vraagt ze vriendelijk. “Drie ramen voor een oude schuur,” zeg ik.

De onderbezette stedenbouwkundige is dolblij dat ze eindelijk iets kan doen voor haar maandsalaris en drukt me een dossier van vijftien pagina’s in de hand. “Dat moet u allemaal invullen. En maakt u alstublieft heel veel foto’s.”

Ik blijf beleefd en vraag niet of ik soms ook een urinemonster moet inleveren. Of mijn bloedgroep?

Ze vertelt dat het dossier naar de hoofdstad van het departement gaat, want ons huis staat binnen een straal van 500 meter van een kapel uit de vijftiende eeuw en valt daarmee onder de regels van de Bâtiments de France. Over drie maanden krijg ik te horen of ik de ramen mag plaatsen of niet.

In de tussentijd vragen we offertes op bij bouwbedrijven. Een jonge man uit Valréas is heel voortvarend: na drie dagen hebben we een devis, een offerte. Het dak kost 20.000 euro. De asbestplaten worden niet verwijderd.

Een paar dagen later meldt Monsieur Pommard zich. Hij restaureert in onze streek bijna alle kerken, kastelen en abdijen. Wij zijn vermoedelijk zijn enige particuliere klant; normaal gesproken betaalt de staat hem. Hoe dan ook, ook hij wil 20.000 euro, ditmaal voor prachtig gerestaureerde natuurstenen muren van de schuur, pierres apparentes, zoals ze dat hier noemen.

Ik zie het al voor me: de oude schapenstal wordt een bodemloze put. Dat moet ik voorkomen. “We moeten nog wachten op het antwoord van de gemeente over de ramen,” zeg ik voorzichtig. Monsieur Pommard kijkt me aan alsof ik gek ben geworden. “Wat? Zijn jullie gek geworden? Waarom vragen jullie toestemming aan de gemeente? Die merken daar toch niets van. En die asbestplaten op jullie dak komen jullie nu nooit meer kwijt.”  Daar had ik eerlijk gezegd nog helemaal niet aan gedacht. In de achting van de firma Pommard ben ik inmiddels flink gedaald. Hij vindt ons kennelijk behoorlijk dom. Een voorstel om de asbestplaten zo goedkoop mogelijk kwijt te raken, krijgen we ook niet meer. Wie met de autoriteiten praat, heeft op het Franse platteland blijkbaar meteen al het vertrouwen verspeeld.

Inmiddels belt de urbanisme-expert me op. Ons dossier is door de directie in Valence welwillend ontvangen. Als we van plan zijn het hek rond ons huis te vernieuwen, moeten we ook daarvoor bij haar langskomen. Er zijn namelijk nieuwe regels voor kleur en vorm.

Monsieur Pommier krabt zich op het hoofd. “Dat hebben jullie nu aan jezelf te danken,” zegt hij. “Geen mens hier op het platteland vraagt de gemeente iets als hij zijn huis renoveert. Jullie komen nu nooit meer van ze af. Ze volgen jullie tot op het toilet.”

Tot nu toe zijn we met de schuur dus nog geen enkele stap verder gekomen. We wachten op het besluit uit Valence.

Daar staat tegenover dat we veel bezoek hebben, samen uit eten gaan en ons verheugen op de herfst met verse paddenstoelen, rode wijn uit Cairanne en varkensgebraad met rozemarijn. Mijn vrienden vragen nu al naar truffels.

We zullen zien hoe het verdergaat. En anders kunnen we altijd nog weer schapen in de schuur houden.

Column Christine MaackChristine Maack is voormalig journaliste van de Saarbrücker Zeitung. Voor Hans in the Provence schrijft ze maandelijks over haar nieuwe leven bij de Mont Ventoux: de verbouwing van haar huis, de ontmoetingen met vakmensen en de verrassingen van het wonen in een Frans dorp waar ze haar plek probeert te vinden.

Lees hier eerdere columns van Christine Maack in deze serie:
Nieuwsbrief

Klik op de link: https://encr.pw/UqXJO en abonneer je op de gratis nieuwsbrief van e-magazine Hans in the Provence. Dan weet je zeker dat je geen artikel over de Provence meer mist! 

Heb je vrienden die het e-magazine Hans in the Provence ook leuk zouden vinden? Stuur dan de link naar ze door! Dat zou heel fijn zijn!

Geef een reactie

Translate »
Scroll naar boven