Je kunt niet alles tegelijk aan een huis doen. Daarom hebben we besloten om de airconditioning en de warmtepomp voor de verwarming pas volgend jaar te installeren.
Dom en … stookolie
Wat we niet wisten: de Franse staat heeft een hekel aan burgers die nog stookolie verbranden in plaats van elektriciteit. Het is fysiek gezien dom om eerst stroom op te wekken om die dan weer te verbranden, maar nog dommer is het om in Frankrijk zwaar belastte stookolie te kopen. Wij vallen in de tweede categorie: wij zijn dom en kopen dure stookolie.
In onze grote schuur staat een vierkante ijzeren kist. Nee, het is geen Merovingisch graf, maar een stookolietank. Natuurlijk was hij leeg en de meter kapot. Maar wat moesten we doen? ‘s Nachts wordt het al behoorlijk koud, onze loodgieter Olivier had de helft van de radiatoren aangesloten – en die moeten in werking worden gezet. Daarvoor hebben we een chauffagiste uit Valréas laten komen, een vriendelijke oudere heer die voor zijn bedrijf geen opvolger vindt en alles alleen moet doen.
Ontdekkingen in de schuur
Eerst maakt hij onze brander los en mompelt onbegrijpelijke vloeken, want de vuurvaste binnenbekleding is gebarsten. “Ik heb dit al tegen uw vorige eigenaar gezegd,” foetert de chauffagiste, “ik zei hem dat hij het moest repareren. Maar hij zei: dat moet de nieuwe eigenaar doen.” Dat zijn wij dus, wie anders? Maakt niet uit, we hebben geen keuze, zeker omdat we bij de bezichtiging niet op het idee kwamen om de brander eens open te schroeven. Voor ons volgende huis in de Provence weten we dat dan.
Ineens springt de brander aan, maar gaat meteen weer uit. “De olie is rot,” zegt de chauffagiste, “het is de laatste rest onderin. Ik kom zo terug.”
Blub, blub, blub … en een groene chaos
Na drie uur, rond 21 uur, is hij weer daar, met een hoofdlamp op zijn hoofd en hij sleept een enorme slang door de tuin naar de schuur. Het lijkt op een ratelslang met een grote opening vooraan. De chauffagiste steekt de slang in onze ijzeren tank, blub, blub, blub, langzaam vult de ijzeren kist zich. Het is een goed, diep geluid; we zullen de Mistral met 2000 liter stookolie trotseren!
Het blub-blub wordt steeds luider, mijn man maakt een sprongetje naar voren – hij herkent het geluid, want hij heeft als student ooit in een scheepsmachinekamer gewerkt – en ineens stroomt de hele boel bovenuit, verspreidt zich over de vloer en stinkt. De chauffagiste roept weer “Merde”, dit keer luid en duidelijk, sprint naar zijn camion en haalt een zak groene zaagselchips die hij overal strooit. Het ziet er bij ons uit als na een carnavalsoptocht, overal ligt groen confetti. We sturen de arme man naar huis; het is laat en we willen niet dat hij in de stookolie stikt.
De volgende dag maken we de schuur schoon. Eigenlijk wilden we de vieze ijzeren tank niet aanraken, maar nu is hij helemaal schoon. De rekening kwam twee dagen later en bedroeg 2300 euro, met korting voor de gelekte stookolie en excuses inbegrepen. We stoken nu vooral met hout in de open haard, dat is goedkoper. En ooit komt er een warmtepomp. Maar deze kostbare stookolie moet nog lang meegaan. Daarom trekken we bij de Mistral in de keuken graag een jas aan.
Olivier en de resterende radiatoren
Over twee weken wil Olivier de resterende radiatoren aansluiten. We moesten op hem wachten, want hij had rijke klanten in Avignon. Olivier is altijd zeer enthousiast over ‘les riches’. Toen hij daar om 8 uur aanklopte, zei Madame dat hij om 11 uur moest terugkomen, ze wilden nu eens uitslapen. Olivier was diep beledigd en vertrok. Nu komt hij weer naar ons; wij zijn slechts tweederangs, maar we zijn in elk geval wakker als hij komt.
Lees hier eerdere columns van Christine Maack in deze serie:
Nieuwsbrief
Klik op de link: https://encr.pw/UqXJO en abonneer je op de gratis nieuwsbrief van e-magazine Hans in the Provence. Dan weet je zeker dat je geen artikel over de Provence meer mist!
Heb je vrienden die het e-magazine Hans in the Provence ook leuk zouden vinden? Stuur dan de link naar ze door! Dat zou heel fijn zijn!



