Vézelay en Saint-Maximin vochten eeuwenlang om de relieken van Maria Magdalena. Geloof, macht, geld en legende liepen daarbij dwars door elkaar heen.
Al eeuwenlang komen pelgrims naar Saint-Maximin-la-Sainte-Baume voor Maria Magdalena. In de basiliek staat een sarcofaag met haar vermeende stoffelijke resten. In de bergen daar vlakbij ligt de Sainte-Baume, de grot waar zij volgens de legende dertig jaar als kluizenaar zou hebben geleefd. Maar waarom werd juist deze Provençaalse plaats het centrum van haar verering? En hoe wist Saint-Maximin, toen nog zonder de toevoeging la-Sainte-Baume, die positie te verwerven, terwijl ook Vézelay beweerde over haar relieken te beschikken?
Hoofdfoto artikel: Fotografie: © Provence Verte & Verdon.
In het najaar van 2019 verbleef ik tien dagen in Nans-les-Pins, vlak bij Saint-Maximin-la-Sainte Baume. Vanuit mijn theologische achtergrond kende ik Maria Magdalena en de vele legendes rondom haar. Ik wist ook dat in Frankrijk talloze kerken naar La Madeleine zijn vernoemd. Maar de geschiedenis achter Saint-Maximin-la-Sainte-Baume kende ik niet. Nader onderzoek bracht een verhaal aan het licht waarin geloof, legende, macht, geld en eeuwenlange rivaliteit met elkaar verweven zijn.
Wie was Maria Magdalena?
Binnen het katholieke geloof is Maria Magdalena sinds de 6e eeuw een belangrijke heilige. Het beeld dat van haar gevormd werd, kent een bijzondere geschiedenis. Eeuwenlang werd ze voorgesteld als een prostituee, die zich bekeerde en vergeving kreeg. Dit beeld was echter een bewuste constructie van paus Gregorius de Grote, die zijn gelovigen wilde aanzetten tot een minder losbandige levensstijl. Hij voegde daarom in 591 in een beroemd geworden preek drie verschillende vrouwen uit het Nieuwe Testament samen tot één personage: de boetvaardige en bekeerde Maria Magdalena, die kostbare balsem over de voeten van Jezus uitgoot. Op basis van dit verhaal werd Maria Magdalena in de middeleeuwen vaak afgebeeld met een kruikje olie of balsem in haar hand.
Die balsem is een opmerkelijk detail in de geschiedenis van Saint-Maximin-la-Sainte-Baume: baume betekent ‘balsem’ in het Frans, terwijl la baumo in het Provençaals ‘grot’ betekent.
Ook een andere legende droeg bij aan het Gregoriaanse beeld van Maria Magdalena. In de Vita Eremetica uit de 9e eeuw wordt het verhaal verteld van Maria van Egypte, die naakt de woestijn introk en haar haren liet groeien om haar naaktheid te bedekken. Later gingen Italiaanse en Franse schrijvers deze Maria van Egypte vermengen met Maria Magdalena. Het beeld van de vrouw met de lange haren sloeg aan en keerde terug in talloze beelden en schilderijen, zoals in het beroemde beeld van Donatello.
Links: Maria Magdalena. Geschilderd door Carlo Crivelle (1435-1495), Rijksmuseum Maria Magdalena. Fotografie: Wikimedia Commons / Public Domain
Rechts: Sancta Maria Magdalena penitente, gebeeldhouwd door Donatello. Fotografie: George M. Groutas, 2019, CC BY 2.0
Apostel der apostelen
Inmiddels heeft onderzoek van de later gevonden evangelieën uit de gnostieke traditie, waaronder het evangelie van Maria Magdelena, een ander beeld van haar opgeleverd (zie hierover bijvoorbeeld het boek van de Harvard professor Karen L. King). Zij was een welgestelde en ontwikkelde vrouw, die met Jezus discussieerde en zijn bedoelingen aan de andere leerlingen uitlegde. In 2016 kreeg ze van paus Franciscus zelfs de titel die in de oosters-orthodoxe kerk altijd al voor haar werd gebruikt: Apostel der apostelen.
Sinds de Da Vinci Code van Dan Brown wordt Maria Magdalena, vooral binnen de New Age-beweging, gezien als bron van persoonlijke en spirituele ontwikkeling. Deze roman maakte de theorie populair, dat zij de geliefde van Jezus was, met hem kinderen kreeg en dat hun nakomelingen het Franse koningshuis vormden. Zij zouden het Sang Real zijn, het ‘heilige bloed’, later verbasterd tot de ‘heilige graal’. Voor een liefdesrelatie tussen Jezus en Maria Magdalena bestaat echter geen hard bewijs, net zomin overigens als voor het tegendeel.
De waarde van een relikwie
In de middeleeuwen werden relikwieën van heiligen gezien als een bron voor goddelijke hulp. Veel gelovigen gingen daarom op pelgrimstocht naar plaatsen met een belangrijk relikwie. Ze hoopten door deze daad genezing van ziekten, een goede oogst of vergeving van hun zonden te verkrijgen. Al die pelgrims brachten geld in het laatje en daarmee aanzien en macht. Dat maakte het bezit van een beroemde relikwie zeer aantrekkelijk voor abdijen en steden, die van alles uithaalden om zo’n relikwie te bemachtigen of te behouden.
Maria Magdalena in Saint-Maximin
In Saint-Maximin nu bevond zich sinds de vierde eeuw een Romeinse grafkapel met vier marmeren vroeg-christelijke sarcofagen. Iedereen in de omgeving wist dat dit een heilige begraafplaats was en dat hier de bisschop Maximinus begraven lag. Op een reliëf op één van de sarcofagen stond een afbeelding van een vrouw, die knielde voor een man. Monniken, die de sarcofagen bewaakten, zeiden dat dit Maria Magdalena was, die voor Jezus knielde. Dus moesten het wel háár stoffelijke resten zijn, die in deze sarcofaag lagen, zo redeneerde men. Er werd echter geen onderzoek naar gedaan. Totdat monniken in een andere Franse stad beweerden, dat zíj de beenderen van Maria Magdalena in hun bezit hadden…
Vézelay claimt Maria Magdalena
Die andere stad was Vézelay. Rond 1050 verkeerde de abdij van Vézelay namelijk in financiële problemen. De monniken beschikten over mogelijke relikwieën: botten waarvan de herkomst onbekend was. Ze kenden de lokale legende van Saint-Maximin. Dus bedachten ze het verhaal dat hun stichter Girard de Roussillon, graaf van de Provence, in de 8e eeuw de botten van Maria Magdalena naar Vézelay had laten brengen om ze te beschermen tegen de invallen van de Saracenen. Paus Leo IX erkende hun relikwieën en gaf toestemming om hun abdij aan Maria Magdalena te wijden.
De legende over de aankomst in Frankrijk
Ter ondersteuning van de echtheid van hun relikwieën bedachten de monniken vervolgens het verhaal over hoe Maria Magdalena dan vanuit Palestina in Frankrijk terecht was gekomen: Maria Magdalena, haar broer Lazarus, hun goede vriend Maximinus, Maria van Jacobus en Maria Salomé werden tijdens de vervolging van de eerste christenen in Jeruzalem de Middellandse Zee opgejaagd in een schip zonder zeil of roer. God beschermde hen echter wonderbaarlijk. Ze kwamen veilig aan land bij een dorpje Ville de la Mer dat later onder invloed van deze legende Saintes-Maries-de-la-Mer zou worden genoemd. Van daaruit trokken Maria Magdalena en Maximinus naar de Provence. Maximinus werd daar de eerste bisschop van Aix-en-Provence. Maria Magdalena trok verder het binnenland in, naar de bergen van La Sainte-Baume. Daar leefde zij dertig jaar als kluizenares in een grot. Maximinus werd later begraven in een stadje dat naar hem werd genoemd: Saint Maximin.
Het dominicanenklooster en de grot van La Sainte-Baume, waar Maria Magdalena volgens de overlevering dertig jaar zou hebben gewoond. Fotografie: © Provence Verte & Verdon.
Dit bijzondere Vézelay-verhaal werd – samen met vele andere legendes over Maria Magdalena – in 1260 op papier gezet door de dominicaan Jacobus de Voragine in zijn Legenda Aurea. Er bestaat echter geen historisch bewijs dat Maria Magdalena ooit daadwerkelijk in de Provence is geweest.
De tegenaanval
In Saint-Maximin was men uiteraard niet blij met de aanspraken van Vézelay. De lokale tegenzet was eenvoudig: de monniken van Vézelay hadden volgens Saint- Maximin de verkeerde sarcofaag geopend en dus de verkeerde botten meegenomen. De sarcofaag met de beenderen van Maria Magdalena zou nog altijd in hun stad verborgen liggen. Vanwege diezelfde Saraceense aanvallen zouden monniken namelijk met behulp van de lokale bevolking de beenderen van Maria Magdalena in de sarcofaag van de heilige Sidonius hebben verstopt en alle sarcofagen hebben begraven. Ze zouden echter voor extra veiligheid haar kaakbeen naar Rome hebben gestuurd.
Aanvankelijk won Vézelay de strijd. De abdij trok een enorme stroom pelgrims en groeide uit tot een belangrijk bedevaartsoord. Maar in de dertiende eeuw veranderde de machtsverhouding. Karel van Anjou, graaf van de Provence, had er alle belang bij om de pelgrimsstroom naar zijn eigen gebied te halen.
Volgens de overlevering verscheen Maria Magdalena aan hem in een droom. Zij wees hem de plaats aan, waar haar lichaam verborgen lag. Hij liet zijn zoon, Karel van Salerno, in september 1279 opgravingen doen. Al snel stuitte men inderdaad op de oude sarcofagen. Toen zoon Karel en de monniken op 9 december 1279 de sarcofaag van Sidonius openden, gebeurden er volgens officiële kerkelijke documenten direct wonderbaarlijke dingen. Er steeg een overweldigende, zoete parfumgeur op uit de tombe, die deed denken aan de heilige balsem waarmee Maria Magdalena Jezus zou hebben gezalfd. Er zou een houten plankje in de tombe hebben gelegen met de Latijnse tekst, dat hier het lichaam van Maria Magdalena rustte. Bovendien was volgens de geestelijken het skelet nagenoeg compleet en zat er aan het voorhoofd van de schedel nog een klein stukje levend, gedroogd vlees. Volgens de bisschoppen was dit de exacte plek waar Jezus haar had aangeraakt na zijn opstanding.
Een basiliek voor Maria Magdalena
In 1295 verklaarde paus Bonifatius VIII de relikwieën officieel als echt. De ontbrekende onderkaak, die al die tijd als relikwie van Maria Magdalena in Rome was bewaard, bleek precies bij de schedel te passen. Paus Bonifatius schonk Karel deze onderkaak terug om de schedel compleet te maken. Als dank liet Karel van Anjou vervolgens in Saint-Maximin een enorme basiliek bouwen. Ook bouwde hij op verzoek van de paus een dominicanenklooster. De bedoeling hiervan was duidelijk: de resten van Maria Magdalena moesten een waardige plaats krijgen en de verwachte stroom pelgrims moest kunnen worden opgevangen. Saint-Maximin werd hierdoor één van de belangrijkste bedevaartplaatsen van Europa.
Voor Vézelay was de overwinning van Saint-Maximin rampzalig. De abdij verloor haar aanspraak op Maria Magdalena en daarmee een belangrijke bron van pelgrims en inkomsten. Een middeleeuwse strijd om een heilige had daarmee niet alleen religieuze, maar ook economische en politieke gevolgen.
De Franse Revolutie
Ruim vijf eeuwen later kwam de verering van Maria Magdalena in Saint-Maximin opnieuw in gevaar. In 1793 drongen soldaten van de Franse Revolutie de basiliek binnen om zo ook hier de macht van de katholieke kerk te breken. De kostbare gouden reliekhouder werd opengemaakt om het edelmetaal te kunnen omsmelten voor de schatkist. De botten werden uit de reliekhouder gehaald en minachtend op de grond gegooid en verspreid. Te midden van de chaos wist de koster Joseph Bastide de schedel en andere botten onder zijn kleding te verbergen. Hij smokkelde ze de kerk uit en hield ze jarenlang thuis verborgen.
Ook de basiliek zelf dreigde verloren te gaan. Lokale bewoners bedachten echter een list om het gebouw te redden. Op de monumentale deuren schilderden zij een tekst waaruit bleek dat het gebouw als opslagplaats voor militaire goederen werd gebruikt. Zo transformeerden ze de kerk tijdelijk tot een legerdepot, waardoor de soldaten het gebouw intact lieten. Nadat de revolutionaire storm was gaan liggen en Napoleon Bonaparte de vrede met en de positie van de katholieke kerk had hersteld, droeg Bastide de geredde relikwieën in 1803 officieel over aan de aartsbisschop. De schedel en de botten waren gered.
De imposante basiliek met klooster in St Maximin, die in opdracht van Karel van Anjou ter ere van Maria Magdalena is gebouwd en waar de relieken zich bevinden. Fotografie: © Provence Verte & Verdon.
Wat zegt de wetenschap?
De vraag bleef natuurlijk bestaan: zijn deze resten werkelijk van Maria Magdalena? De schedel werd in 1974 voor het laatst grondig onderzocht. Antropologisch onderzoek wees uit dat het om een mediterrane vrouw ging die in de eerste eeuw leefde en tussen de vijftig en negentig jaar oud was geworden. Dat past bij de historische periode waarin Maria Magdalena geleefd heeft. Maar het bewijst niet dat de schedel ook daadwerkelijk van Maria Magdalena is. Er is dus geen wetenschappelijk bewijs voor de claim van Saint-Maximin.
Voor gelovigen is dat niet noodzakelijk het einde van het verhaal. Een relikwie ontleent zijn betekenis niet alleen aan wat een laboratorium kan bewijzen, maar ook aan de eeuwenlange traditie die ermee verbonden is.
Maria Magdalena in Saint-Maximin-la-Sainte-Baume en Vézelay
Wie vandaag door de Provence rijdt, ziet overal sporen van het katholieke verleden: kerken, kapellen, kruisen langs de weg, heiligenbeelden en processies. De religieuze geschiedenis is niet verdwenen, ook al is de samenleving veranderd. In Saint-Maximin-la-Sainte-Baume is dat niet anders. Sinds 1860 rust de zwartgeblakerde schedel achter glas in een prachtige goud-bronzen reliekhouder, gedragen door vier engelen. De overige botten liggen in de sarcofaag daaronder. De relikwieën – bewezen of niet – zijn nog steeds belangrijk voor Saint-Maximin-la-Sainte-Baume. Dat blijkt ook wel uit de naamsverandering: in een decreet van 3 april 1920 werd de naam van Saint-Maximin officieel veranderd in Saint-Maximin-la-Sainte-Baume.
Ook nu nog worden er allerlei retraites en reizen georganiseerd rond Maria Magdalena. Zowel vanuit de traditioneel katholieke hoek als vanuit de hoek van alternatieve en esoterische spiritualiteit. En is er bijvoorbeeld ook een Camino van Maria Magdalena. Saint-Maximin-la-Sainte- Baume dankt nog steeds veel aan haar heilige.
Verzoening
Met Vézelay is de strijdbijl intussen al lang begraven. Ter verzoening zouden de dominicanen van Saint-Maximin in 1876 een bot van Maria Magdalena aan Vezelay hebben gegeven. Dat wordt bewaard in hun prachtige kathedraal, die altijd aan Maria Magdalena gewijd is gebleven. Het trekt talloze pelgrims aan, mede doordat Vézelay één van de startpunten is geworden op de Camino naar Santiago de Compostela.
Tenslotte
Of de botten werkelijk van Maria Magdalena zijn, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Onder de grote basiliek, in de donkere crypte, rust in ieder geval nog altijd de schedel van een vrouw uit de eerste eeuw. Voor de wetenschap is zij een onbekende vrouw. Voor de traditie van Saint-Maximin-la-Sainte-Baume is zij Maria Magdalena. En ieder jaar wordt zij op 22 juli – haar naamdag – door de straten van die stad gedragen.
En zo ziet de overwinning er uit…. Met dank aan Provence Verte & Verdon.
Marike de Valk studeerde theologie aan de Universiteit van Nijmegen en heeft een bijzondere belangstelling voor de historische werkelijkheid achter sagen en legenden. Als gastschrijver voor Hans in the Provence verdiepte zij zich in de geschiedenis van Saint-Maximin-la-Sainte-Baume en de verhalen die deze Provençaalse stad verbinden met Maria Magdalena.
Nieuwsbrief
Klik op de link: https://encr.pw/UqXJO en abonneer je op de gratis nieuwsbrief van e-magazine Hans in the Provence. Dan weet je zeker dat je geen artikel over de Provence meer mist!
Heb je vrienden die het e-magazine Hans in the Provence ook leuk zouden vinden? Stuur dan de link naar ze door! Dat zou heel fijn zijn!




Fijn om deze achtergronden van belangrijke legendes uit de Provence te lezen! En ja: ik kom Maria Magdalena vaak tegen op de oude panden in de Provence. Ze wordt echt geeerd!