lavendelveld Christine Maack

Waarom mijn man de lavendel ‘vermoordde’

In de Provence breekt de belangrijkste tijd van het jaar aan: de lavendel staat in bloei. Al moet eerlijk gezegd worden dat lavendel juist groeit waar verder bijna niets wil groeien. De grond zit vol stenen, het is er droog en er waait bijna altijd een stevige wind. Zo gebeurt het dat één keer per jaar landschappen die de rest van het jaar nauwelijks iemand opmerkt, opeens wereldberoemd worden: het Plateau van Valensole, de heuvels van Sault en… onze tuin.

Wij hebben namelijk een lavendelveld met zo’n 150 planten. Ik moet bekennen dat ik eigenlijk alleen maar naar de Provence ben verhuisd omdat ik een eigen lavendelveld wilde hebben. Mijn droom was vanaf het begin kinderlijk en naïef: een oud huis, een wijnrank, een paar cipressen, een open haard, dikke houten balken aan het plafond, een logeerkamer voor koningin Marie-Antoinette… en natuurlijk een lavendelveld.

Ik stelde me voor hoe heerlijk het zou zijn om iedere ochtend het slaapkamerraam open te doen en uit te kijken over mijn paarse lavendelzee. Ik geef toe: meestal is het helemaal niet zo idyllisch, maar vooral heel veel werk. En dit jaar kwam daar halverwege juni ook nog een hittegolf bovenop. Het werd hier in de Provence wel 39 graden. Ondanks alle bewatering verdroogde de lavendel gewoon aan de struiken. Kortom: de lavendel was deze zomer een complete mislukking.

Tuinman Maxime kwam langs, keek ernaar en zei droogjes: “Jullie moeten de lavendel maar snoeien, hier wordt niets meer van.”

Mijn man haalde meteen een efficiënt elektrisch snoeiapparaat uit de schuur en voor ik het wist: zzzzt, zzzzt, zzzzt… weg was de lavendel. Mijn korte droom van een bloeiend lavendelveld was in één middag voorbij.

Ik heb alle lavendel zorgvuldig verzameld, manden vol geplukt en overal in huis neergezet. Alleen blijft die lavendel voortdurend op de grond vallen. Overal liggen paarse bloemetjes. Mijn stofzuigerzak ruikt inmiddels permanent naar lavendel en zit er waarschijnlijk helemaal vol mee. In elke hoek liggen lavendelkruimels en onze hond vindt het bovendien nodig om in de manden te graven, zodat het nóg erger wordt. Mijn man kreeg bijna een hartverzakking: hij dacht eerst dat we een mierenplaag hadden.

Midden in de lavendeloogst werden we door onze vrienden van het Comité du Jumelage uitgenodigd voor een apéro. Er moest nog een verslag worden gemaakt van ons bezoek aan de Duitse partnergemeente. Iedereen zou een paar woorden van dank opschrijven, ik zou alles vertalen en vervolgens naar Duitsland sturen.

Claire, die verantwoordelijk is voor de jumelage, zette een fles kersenwijn en een fles kersensap op tafel. Cadeautjes van onze Duitse vrienden. Iedereen was nieuwsgierig. Zou het beter zijn dan een Cairanne? Of misschien zelfs beter dan een Gigondas?

Het bleek vooral op azijn te lijken. Claire verwoordde het op zijn Frans: “Bof, c’est pas terrible.” De kersenwijn verdween onmiddellijk door de gootsteen. Toen bleef alleen het kersensap nog over. Dat bleek een soort zoete azijn te zijn. Gelukkig kreeg wijnboer Max medelijden met de Duitsers. Hij haalde twee flessen zoete mousserende wijn, gooide alles bij elkaar en ineens smaakte het verrassend goed.

Vanaf dat moment werd het gesprek steeds luider en vooral steeds gezelliger. We haalden herinneringen op aan vroeger, vertelden verhalen over malafide wijnhandelaren en corpulente herbergiers, over gestolen truffels en domme truffelhonden.

Alleen die bedankbrief aan de Duitsers is er uiteindelijk niet meer van gekomen.

Ach, dat geeft niets. Ik schrijf gewoon dat de kersenwijn minstens zo goed was als een Gigondas, maar dat het kersensap, gemengd met de mousserende wijn van onze eigen wijnboer, nóg beter smaakte. Misschien stuur ik meteen ook maar wat lavendel mee. Daar heb ik inmiddels meer dan genoeg van.

Vanaf half juli daalt er altijd een weldadige loomheid neer over de Provence. Niemand heeft nog zin om te werken. De kinderen hebben vakantie. Het is tijd om uit te rusten. Het strand roept. De luiken gaan dicht. Sommige restaurants sluiten hun deuren. De koffers worden gepakt. Wijnboer Coco vertrekt naar Le Grau-du-Roi, wijnboer Max naar de omgeving van Megève en tuinman Maxime naar Montbrun-les-Bains. Niemand zou erover piekeren om in een vliegtuig te stappen. De mensen uit mijn kleine dorp verheugen zich op hun eigen, bescheiden geluk, nooit verder weg dan een paar uur rijden. En aan zee wachten moules-frites.

Ook wij gaan onze koffers pakken. Bestemming: Nice. En als we terugkomen, staat het huis weer helemaal vol met bezoek. Maar dat is een verhaal voor een volgende keer.

Christine MaackChristine Maack is voormalig journaliste van de Saarbrücker Zeitung. Voor Hans in the Provence schrijft ze maandelijks over haar nieuwe leven bij de Mont Ventoux: de verbouwing van haar huis, de ontmoetingen met vakmensen en de verrassingen van het wonen in een Frans dorp waar ze haar plek probeert te vinden.

Nieuwsbrief

Klik op de link: https://encr.pw/UqXJO en abonneer je op de gratis nieuwsbrief van e-magazine Hans in the Provence. Dan weet je zeker dat je geen artikel over de Provence meer mist! 

Heb je vrienden die het e-magazine Hans in the Provence ook leuk zouden vinden? Stuur dan de link naar ze door! Dat zou heel fijn zijn!

Geef een reactie

Translate »
Scroll naar boven