Er zijn van die ochtenden waarop niets lijkt te gebeuren. Het licht valt zoals het altijd valt. Geen haast. En toch is er iets anders. In Carpentras, op het Fête de la Fraise, ligt het ineens overal. Op houten tafels, in ondiepe stapels kistjes, zorgvuldig gerangschikt alsof het vanzelf zo is gegroeid. Rood. Zacht glanzend. Bijna te mooi om aan te raken. Geen overvloed. Geen ruis. Alleen aardbeien. En mensen die weten waar ze naar kijken.
Oorsprong
De aardbei zelf heeft een lange reis achter de rug. Oorspronkelijk groeiden in Europa alleen kleine, wilde soorten, zoals de bosaardbei (Fragaria vesca). Fijn van smaak, maar bescheiden van formaat. De aardbei zoals wij die nu kennen, ontstond pas in de 18e eeuw, toen twee werelden elkaar onverwacht raakten. In Frankrijk werd een plant uit Noord-Amerika (Fragaria virginiana) gekruist met een soort uit Chili (Fragaria chiloensis), meegebracht door ontdekkingsreizigers. Het resultaat was een grotere, sappigere vrucht, en daarmee de voorloper van de moderne aardbei. Vanaf dat moment begon haar opmars door Europa. En uiteindelijk vond ze hier, in en rond Carpentras, een plek waar alles samenkomt: zon, bodem, vakmanschap en misschien ook wel een toewijding die je niet kunt meten.
Carpentras
De beroemde Fraise de Carpentras werd een begrip. Niet omdat ze de grootste is, maar omdat ze smaakt zoals een aardbei bedoeld is. En die smaak is nooit één verhaal, maar vier gezichten van hetzelfde seizoen.
De Gariguette verschijnt als eerste, licht zuur en fris, zeg maar de smaak van het begin van de lente. Daarna volgt de Ciflorette, zachter en zoet-zurig, sappig en bijna verzoenend. De Cléry, mijn voorkeur, brengt die klassieke volle aardbeiensmaak die je meteen herkent als ‘echt’. En de Charlotte tenslotte is het meest uitgesproken, zoet en bijna dessertachtig, soms met een vleugje bos.
Vier variaties op één stilte. Vier manieren om hetzelfde seizoen te proeven.
Ik ben dol op aardbeien. En ik niet alleen. Waarom mensen eigenlijk zo van aardbeien houden weet ik niet. Misschien omdat ze nooit gewoon zijn. Ze horen bij een seizoen. Bij een moment. Je eet ze niet gedachteloos in de winter. Je wacht erop. Onbewust misschien, maar toch. En als ze er dan zijn, eet je ze puur, net geplukt, met een beetje suiker zoals vroeger, of met slagroom als het iets feestelijker mag, of heel even in chocolade zoals gisteren. Altijd eenvoudig. Altijd dicht bij de oorsprong. Een aardbei vraagt niet om bewerking.
Fête de la Fraise
Terwijl ik in Carpentras liep, tussen de kramen op het Fête de la Fraise, viel het me op hoe zeldzaam dit eigenlijk is geworden. Een feest dat geen spektakel nodig heeft. Geen overdaad die afleidt. Alleen een product. En mensen die weten wat ze in handen hebben.
Misschien is dat wel de ware luxe van deze streek. Niet wat er wordt toegevoegd, maar wat er wordt weggelaten. En ergens, tussen al dat rood, besef je hoe mooi zo’n traditie is. Dat er eigenlijk niets verandert. Je kijkt alleen anders, je proeft anders. Ieder jaar opnieuw.
Bekijk de sfeer hier:
Lees hier eerdere columns van Hans Brouwer in deze serie:
Nieuwsbrief
Klik op de link: https://encr.pw/UqXJO en abonneer je op de gratis nieuwsbrief van e-magazine Hans in the Provence. Dan weet je zeker dat je geen artikel over de Provence meer mist!
Heb je vrienden die het e-magazine Hans in the Provence ook leuk zouden vinden? Stuur dan de link naar ze door! Dat zou heel fijn zijn!



